
VariabeleIn elke respectabele programmeertaal kom je variabelen tegen. In de cursussen ASP en PHP wordt ook ingegaan op het principe van variabelen. Om te voorkomen dat je niet weet waar het over gaat, toch ook hier weer een stuk over variabelen.
Om een site dynamisch te maken, moet je kunnen omgaan met gegevens van buitenaf. Meest simpel is je voor te stellen een pop-up waarin je een naam kunt typen en de site vervolgens de naam gebruikt op het scherm. Om dit voor elkaar te krijgen moet je werken met variabelen. Je koppelt de naam van de bezoeker aan een variabele. De variabele gebruik je voor verdere verwerking.
In javascript kun je variabelen definiëren met de opdracht var. Achter de opdracht var komt de naam van de variabele te staan. In principe kan dit elke naam zijn. Wel moet je daar een aantal regels in acht nemen. Namen van variabelen mogen bestaan uit alle letters van het alfabet, cijfers 0 t/m 9 en mogen een underscore bevatten. Hoofdletter en kleine letter mogen willekeurig gebruikt worden. Andere leestekens zijn niet toegestaan in een naam van een variabele. Verder mag een naam van een variabele nooit beginnen met een cijfer!!
Indien je een variabele een naam geeft, dan is de naam case-sensitive. Dit houdt in dat je onderscheid moet maken naar hoofdletter en kleine letter. En het is raadzaam duidelijke namen te verzinnen en een vaste manier van schrijven aan te leren. Dit voorkomt dat je later onbegrijpelijke stukken code krijgt.
<script language=”javascript”>
var naam_kleur = “marine blauw”;
document.write (naam_kleur);
</script>
In het voorbeeld wordt een naam gegeven aan de variabele, te weten naam_kleur. Met deze variabele kun je dan verder werken in het script. In dit geval heb ik ervoor gekozen om de waarde van de variabele op het scherm te schrijven. Let op dat je nu geen aanhalingstekens moet gebruiken. Dit is alleen nodig indien je een string wilt weergeven.
Nu dan een voorbeeld waar je misschien iets aan hebt. In ieder geval geeft dit voorbeeld een beeld van wat ik bedoel hier.
<script language=”javascript”>
var invullen = window.prompt (“Wat is je naam?”, “”);
document.write(“welkom ”, invullen, “!”);
</script>
In dit voorbeeld maak ik een pop-up scherm aan met de vraag wat de naam is van de bezoeker. Vervolgens kun je als bezoeker de naam intypen. Met behulp van document.write wordt de naam verder gebruikt op de site. De naam van de variabele is invullen. Een invulscherm kun je oproepen met de code window.prompt. Door een extra stel aanhalingstekens toe te voegen op het eind voorkom je dat er een standaard tekst wordt geplaatst in de invulregel (undefined). Probeer het eens zonder en een keer met. Je zult dan zelf het verschil zien.
De code document.write moet inmiddels bekend zijn. Daarachter komen de parameters. Let op de spatie achter welkom, deze is verplicht als je de naam en welkom niet aan elkaar wilt plakken. Verder is het belangrijk de komma's juist te plaatsen. De naam van de variabele komt niet tussen aanhalingstekens te staan. Dit is al eerder aan de orde geweest.
|